Cultuur

Frits Barend en zijn partner Marijke van Haeften slepen al hun hele leven de familie-archieven met zich mee. Ze verdiepten zich nooit in de brieven, foto’s en andere ego-documenten. Eigenlijk durfden ze er nooit in te kijken. Tot na hun pensionering.

Marijke schreef vijf jaar aan het boek Matzes en Mie over hun familiegeschiedenis die getekend is door de Tweede Wereldoorlog. Frits gaf adviezen.

Beiden zijn geboren in 1947. De ouders van Marijke en haar zusters overleefden het jappenkamp, de ouders en broer van Frits als enigen van vele tientallen familieleden Barend de nazi-bezetting. 

Frits’ grootvader hoorde tot de Coselgroep, de op twee na grootste groep van omgekomen Nederlandse Joden, en werd vermoord in Seibersdorff. Waarom kent bijna niemand dat verhaal, vroeg hij zich af. 

Marijke stopte een half jaar met schrijven toen ze ontdekte dat een geliefde oud-oom als politieman in de Haarlemmermeer Joodse onderduikers ophaalde. Ze was in shock.Frits kan het leed makkelijker aan dan zij. Hij zegt altijd: ‘jouw ouders hebben in de kampen gezeten in Indië, de mijne zaten ondergedoken. Dat is een heel verschil.’

Het meest fascinerende vindt Marijkse dat goed en fout zulke lastige begrippen zijn: je had foute Nederlanders en goede Duitsers. De Duitse soldaat die na een inval Frits’ babybroer zag liggen in een slaapkamer hield zijn mond. Frits moeder had zich verstopt in een kast. De buurvrouw had de Duitsers getipt dat er Joden ondergedoken zaten.

In EenVandaag meer over de oorlogsverhalen van twee families op één hoofdkussen. Hoe tekent dat je leven?